Spinnenliefhebbers

De Spinnen ABC; Deel 2: Embolus t/m Mediaan

Home
Wat komt er nog??
Wie ben ik
De Spinnen ABC
Wat is een spin?
Arachnafobia
De anatomie van de spin
Spinnen soorten
Spinnen houden
Voedsel
Natuurlijke vijanden
Verdedigen
Kleur en camoeflage
Up-date's

Hier staat alles wat je wilt weten over Embolus t/m Mediaan.

Embolus:


Structuur van de -palp met de opening waardoor het zaad bij de paring naar buiten komt; hij kan erg klein, lang, zweepvormig of opgerold zijn en is soms opgedeeld in verschillende structuren.

Entelegyn:

Behorende tot die groep van spinnen waarbij het volwassen vrouwtje een epigyne heeft.

Epigastraal gebied:

Gebied aan de onderkant van het abdomen vóór de epigastrale groeve.

Epigastrale groeve:

Een groeve die de onderkant van het abdomen verdeelt in een voorste deel ( met epigyne en boeklongen) en achterste deel. 

Epigyne:


Een min of meer gesklerotiseerde en gemodificeerde uitwendige structuur aan de onderkant van het -abdomen die de geslachtsopeningen bevat.

Exoskelet:

Het harde uitwendige panser van chitine, dat alle arthropoden hebben.

Gifklauw:

De klauw aan het uiteinde van de cheliceren, die de opening bevat waardoor het gif naar buiten komt. Net als bij een naald.

Femur:

(mv. Femora) Derde pootlit tellende vanaf het lichaam.

Feromoon:

 

 

Een chemische stof die in zeer kleine hoeveelheid wordt uitgescheiden en die bij een aan dier (vaak de andere sekte) een bepaald gedrag oproept.

Folium:

 

Een patroon boven op het abdomen dat nogal breed en bladvormig is.

Fovea:

 

Korte midden over het thoraxdeel van het carapax verlopende groeve, waar inwendig de maagspieren aan gehecht zijn.

Gesklerotiseerd:

Zie skleriet.

Haplogun:

 

behorende tot de groep spinnen, waarvan het vrouwtje geen epigyne heeft.

Hartvlek:

 

Boven het hart gelegen langwerpige vlek vooraan in het midden op de bovenkant van het abdomen.

Hulpklauwtjes:

 

 

Bij sommige spinnen aanwezige gezeefde verdikte haren bij de echte klauwtjes. Ze worden soms gebruikt als een extra paar handjes.

Kop:

 

 

Voorste deel van het cephalothorax (kopborststuk) dat de ogen draagt, een ondiepe groeve vormt achteraan de grens mat de thorax.

Labium:

 

Lip; gelegen onder de mondopening er tussen de maxillae en vastzittend aan de voorkant van het sternum.

Lateraal:

Aan de zijkant.

Maxilla:

 

De monddelen ter weerzijde van de labium, die de gemodificeerde coxae ban de palpen zijn.

Mediaan:

in het midden of op de middenlijn.

.

Voor vragen en / of opmerkingen mail naar: de beheerster